“Potage aux viande”

Een doordeweekse dag in het voorjaar van 1982. Er was een reservering binnengekomen van het kerkgenootschap te Den Haag. Een belangrijk persoon zou zijn opwachting maken rond lunchtijd en er werd met klem verzocht om alles in het werk te stellen om het ‘Monsigneur Didier’ naar de zin te maken. De mooiste kamer en een uitgebreide lunch was het verzoek. Gezien het feit dat Koos de kok zijn vrije dag had moest Henny de honneurs waarnemen. Een warme lunch bestaande uit minimaal vier gangen was voor ons niet gewoon, maar aan een verzoek werd meestal invulling gegeven. Zo ook op die dag. Er stond rundvleessoep op het menu, gevolgd door een tussenschotel in de vorm van een vispasteitje, gevolgd door een schnitzel met saus naar keuze en een uitgebreide kaasschotel als dessert. Na enig overleg kwamen we tot de conclusie dat dit afdoende moest zijn. De wijnkeuze was gevallen op de Chateauneuf du Pape uit 1978. De tafel stond klaar, gedekt met een prachtig damast laken en het tafelzilver lag er gepoetst bij en glom je letterlijk tegemoet.

Tegen lunchtijd, rond 12.00 uur, stonden wij allen in het gelid in afwachting van die belangrijke gast. Enigszins nerveus, want er kwamen niet dagelijks belangrijke gasten uit het buitenland. Bekende Nederlanders kwamen er genoeg, daar heb ik eerder over geschreven. Het was een drukke lunch zoals gewend en om de zoveel minuten keek ik naar buiten of er een bijzonder iemand in aantocht was. Rond de klok van 13.00 uur begonnen wij ons zorgen te maken. Normaliter was de lunch gedaan rond 13.30 uur. De meeste gasten vertrokken weer naar hun werk of elders. Nog steeds geen spoor van Monsigneur Didier. Gewoonlijk sluit de keuken om 14.00 uur voor de lunch en heeft de kok een rustpauze tot 17.00 uur. De situatie was enigszins gespannen, enerzijds vanwege het feit dat wij in afwachting waren van een zéér belangrijke gast en anderzijds omdat het tijdschema in de war werd geschopt.

De telefoon ging over en Frans, de baas, nam hem op en keek na het aanhoren een beetje verdwaasd in de ruimte. Hij is onderweg, de vergadering was een beetje uitgelopen werd er gemeld. Het restaurant was nagenoeg leeg. Frans keek uit het raam of er al iemand aankwam en Henny was nerveus want die had gedacht al naar huis te kunnen. De deur piepte en een kleine man kwam binnen en liep naar de bar. Dat Frans er geen aandacht aan schonk verbaasde mij niet. Hij was iel en klein van stuk met een boekhoudersbrilletje op de neus. Monsigneur Didier riep hij luid. Enigszins geschrokken, maar gelijk in actie verwelkomde wij de heer Didier. Ik ging hem voor naar de mooi gedekte tafel. In mijn steenkolenfrans probeerde ik hem uit te leggen wat het menu was en toonde ik de wijn waarop hij goedkeurend knikte. De wijn werd gekeurd en ik schonk hem in. Gauw naar de keuken waar de soep al klaar stond. De kom zag er goedgevuld uit. Met een royale glimlach presenteer ik de soep en roep “bon apetit, Monsigneur.”

Snel naar de bar om de glazen te reinigen die tijdens de lunch waren gebruikt echter voordat ik de bar heb bereikt hoorde ik Monsigneur Didier roepen: “Gerand, sil vous plais atandé!” Ik snelde terug naar de tafel en vernam dat hij iets teveel vlees had in de soep, waarop ik meldde dat het rundvleessoep was en dat het voor ons normaal was. Hij tilde de lepel uit de soep en ik schrok. “Oh monsigneur exusement” en ik snelde met de kom soep naar de keuken. Daar vroeg ik Henny om de soep te bekijken. Ze trok bleek weg. Op de lepel lag een muis! Deze muis had op de rand van het warmhoudsysteem gelopen en was pardoes in de soep gevallen en verdronken. Wat een blamage. Wat een geluk dat hij de enige overgebleven gast was in het restaurant op dat moment. Henny besliste ogenblikkelijk dat hij niets hoefde te betalen voor de maaltijd en wij hoopte stellig dat hij nog trek had. Ik besliste aan zijn tafel nog dat de wijn ook gratis was en maakte honderd excuses. Wat een blamage!

Na het serveren van de vispastei roerde hij er voorzichtig doorheen en begon met kleine hapjes. Wij stonden het van een afstandje te bekijken en waren verheugd dat hij het aandurfde. Na een halve fles wijn werd hij weer een beetje rustig en mompelde steeds: "Iets te veel vlees in die soep." De hoofdschotel was een schnitzel waar hij graag champignonsaus bij wilde en zoals gewoonlijk serveerde wij daar verse groeten bij. De sfeer werd al wat losser en vrolijk meldde hij dat de kwaliteit goed was, wel met de nadrukkelijke mededeling dat die soep niet kon op die manier.

Pas om 16.00 uur was hij klaar met zijn maaltijd en kwam aan de bar zitten. Hij klaagde over een naar gevoel in de maagstreek. Ik maakte nog een grapje van: “Kan niet van die muis zijn geweest.” Die grap viel niet in goede aarde. Ik bood hem een Unterberg aan dat is goed tegen maagpijn. Aangezien hij verder niets voor die maaltijd en de drank hoefde te betalen nam hij hem graag aan en sloeg hem in één keer achterover. Tegen de klok van 19.00 uur besloten wij om Monsigneur Didier naar boven te dragen en op bed te leggen, want er was geen goed garen meer mee te spinnen. Het enige dat hij nog kon stamelen was: “Iets te veel vlees in die soep.” Hij had de fles wijn en zeker negen stuks Unterberg achter de kiezen en dat was toch iets teveel.


Twitter Facebook LinkedIn Volgen


“Potage aux viande”

“Een bewogen jaar”

Kan een term u gelukkig maken?

“Viagra-nieuws”

“Logistieke specialist”

“Potage aux viande”